Christiaan Jelsma is getrouwd en heeft een dochter en een zoon, zijn zoontje heeft het Downsyndroom: Christiaan is cabaretier en theatermaker, en schrijft over zijn proces als vader van een kindje met Downsyndroom. Hij maakte de indrukwekkende kleinkunst, cabaretvoorstelling De Verdenking over afscheid nemen van een verwachting en het omarmen van kwetsbaar geluk.
Mijn zoontje zit nogal kwijlend en snotterend op de achterbank in zijn autostoeltje. Hij voldoet nu precies aan dat beeld waarvan je niet wilt dat mensen dat krijgen bij Down. Het is dinsdagochtend 8:35 u, buiten is het nat en grauw. Eelke (2,5 jaar) maakt vrolijke geluidjes en hij heeft er blijkbaar weer zin in vandaag. We staan stil voor het stoplicht.
Naast mij stopt een busje. Het is een busje van een klusbedrijf. Een witte klus bus met zo’n ladder op het dak. Er zitten twee mannen voorin. Blijkbaar hebben ze een enorm lastige klus voor de boeg of misschien zijn ze net als ik nog moe. Ze ogen in elk geval chagrijnig, nors en bozig. Ik schrik van mijn eigen gedachten wanneer ik denk: ojee, als ze nu maar niet naast zich kijken, want dan zien ze Eelke. Terwijl ik juist zo trots op hem ben.
Ik ben onderweg naar de Doggersbank. Zijn medisch kinderdagverblijf. Waarom ze dat hebben vernoemd naar een zandbank ergens ten oosten van Noord-Engeland is mij ook nog steeds een raadsel. Eerst is Eelke ruim een jaar naar de reguliere opvang gegaan. De overstap van het regulier naar medisch kinderdag verblijf was voor mij wel een dingetje. Het voelde toen als een tegenvaller, je hoopt stiekem toch dat jouw kind alleen maar de uiterlijke kenmerken van Down blijkt te hebben en dat hij zich verder op wonder baarlijke wijze volledig normaal en bovengemiddeld intelligent ontwikkelt.
Inmiddels ben ik wel uit die ontkenningsfase. Hij gaat nu alweer een tijdje naar het medisch kinderdagverblijf (eigenlijk vroeghulpcentrum) en we hebben het idee dat hij daar goed op zijn plek zit. Alle expertise onder één dak.
Het verkeerslicht staat dit keer wel heel lang op rood. Waar ik bang voor was, gebeurt. De bijrijder kijkt verveeld opzij. Hij kijkt eerst naar Eelke, dan even naar mij, ik doe net alsof ik het niet zie en dan kijkt hij meteen weer terug naar Eelke. Ik houd mijn adem in. Ik voel me kwetsbaar. Eelke lacht. Dan zie ik uit mijn ooghoeken dat er een enorme glimlach op het gezicht van de man verschijnt, het is alsof de zon ineens door breekt. Vervolgens zie ik vanuit mijn ooghoek hoe de man lachend zijn duim naar Eelke opsteekt. Ik draai quasi nonchalant mijn hoofd en doe net alsof ik verrast ben. Ik lach terug alsof het voor mij de normaalste zaak van de wereld is.
Het verkeerslicht springt op groen. Alles komt weer in beweging. Ik geef gas en sla rechtsaf. Die duim, zomaar een teken van goedkeuring. De bevestiging van een totale vreemde dat hij er mag zijn, de onbevangenheid van Eelke.
Het raakt me.
Deze column verscheen in het magazine van Stichting Downsyndroom. Download hier de pdf.